Amsterdamse grachtenpanden Hollandse modems Rotterdam skiline
U bent hier : Home » Kennisbank » Economisch | Kennisbank » Van eenmanszaak naar BV

Van eenmanszaak naar BV

(Drs. E. Huizing)

Een belangrijk vraagstuk binnen ondernemersland wordt gevormd door de vraag wanneer het aantrekkelijk is om de onderneming (eenmanszaak of vennootschap onder firma) om te zetten naar een besloten vennootschap (B.V.).

Hierbij spelen verschillende aspecten een rol:
aansprakelijkheid
oudedagsvoorzieningen
sociale verzekeringen
continuïteit van de onderneming
fiscale motieven.

Aansprakelijkheid
Een eenmanszaak is niet als aparte rechtsvorm in de wet geregeld. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het privé-vermogen en ondernemingsvermogen. Bij een v.o.f. houdt de hoofdelijke aansprakelijkheid in dat iedere vennoot voor alle schulden van de v.o.f. aansprakelijk is: schuldeisers kunnen zowel de v.o.f. aanspreken als ieder van de vennoten afzonderlijk.

De B.V. is een rechtspersoon met eigen en rechten en verplichtingen. Deze rechtspersoon is eigenaar van de bezittingen en schulden.

Oudedagsvoorzieningen
De ondernemer van een eenmanszaak of vennoten van een v.o.f. kunnen in de inkomstenbelasting (IB)-sfeer genieten van de oudedagsvoorzieningen in de vorm van de fiscale oudedagsvoorziening (‘FOR’) en pensioen op grond van een bedrijfs- of beroepsregeling. De premies voor het pensioen (eventueel lijfrente) dienen echter wel contant (giraal) voldaan te worden. Deze financiële middelen verlaten daarmee de beschikkingsmacht van de ondernemer.

Vergelijkbaar met deze constructie mag een directeur van een B.V. de kosten van zijn pensioenregeling ten laste van de winst van de B.V. brengen. In dat geval verlaat de betaalde pensioenpremie eveneens de kas van de B.V. Dit nadeel kan worden opgevangen door het pensioen in eigen beheer te houden: het te betalen bedrag wordt dan opgenomen in een voorziening. Dit kan echter uitsluitend voor de pensioenvoorziening van de directeur/eigenaar van de vennootschap, niet voor medewerkers.

Sociale verzekeringen
De ondernemer van een eenmanszaak of de vennoot bij een v.o.f. is niet verzekerd ingevolge de werknemersverzekeringen. De reden is dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. De ondernemer en vennoot dienen zich derhalve afzonderlijk te verzekeren tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid.

De directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een B.V. wordt in fiscale zin aangemerkt als werknemer. Indien de DGA de meerderheid van de aandelen bezit is dit echter niet het geval voor de werknemersverzekeringen. Indien een DGA niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen bespaart de B.V. zich deze premies en dient de DGA zich afzonderlijk te verzekeren.

De continuïteit van een onderneming
In B.V.-vorm is de continuïteit van een onderneming vaak beter gewaarborgd dan bij een eenmanszaak of v.o.f. De oorzaak hiervan is dat het bij een B.V. eenvoudiger is derden te laten participeren in de onderneming door aandelen te verkopen of emitteren.

Fiscale motieven
De belangrijkste reden om de onderneming om te zetten in een B.V. wordt dikwijls gevormd door fiscale motieven. Ook in de hierboven besproken motieven is vaak al sprake van een onderliggend fiscaal voordeel. Er zijn reeds diverse instanties/pesonen geweest die hebben berekend vanaf welk winstniveau in een eenmanszaak het (fiscaal) voordelig wordt om een en ander om te zetten in een B.V. Hier zullen wij dan ook niet verder op ingaan. Bovendien is niet slechts het winstniveau van belang, maar ook zaken als de omvang van de privé-opnames, de extra kosten van een B.V. (oprichtingskosten en publicatieplicht) en de hierboven besproken motieven. Wij zullen kortweg de diverse in het oog springende verschillen bespreken.

De belangrijkste reden is gelegen in het feit dat een B.V. vennootschapsbelastingplichtig is, en dat een eenmanszaak en v.o.f. in het schijventarief van de inkomstenbelasting vallen. Het salaris dat een DGA van een B.V. zich toerekent is uiteraard wel belast met inkomstenbelasting. Ook het aan de directeur uitgekeerde dividend wordt met belast met inkomstenbelasting (er wordt hier daarom vaak gesproken over dubbele heffing).

Een voordeel van een eenmanszaak of v.o.f wordt gevormd door de verschillende ondernemersfaciliteiten die men kan genieten. Voorbeelden hiervan zijn zelfstandigenaftrek, startersaftrek, meewerkaftrek en FOR.
Een ander belangrijk aspect wordt gevormd door het aanmerkelijk belang-regime. De voormalige IB-ondernemer zal vrijwel altijd een zogenaamde aanmerkelijk belang-positie hebben na de inbreng in een B.V. Het regime bepaalt dat voordelen uit aanmerkelijk belang-aandelen belast worden met één en hetzelfde inkomstenbelastingtarief van 25%.

Tot slot is de zogenaamde gebruikelijk loonregeling nog van belang. Dit betekent dat een aanmerkelijk belang aandeelhouder, die arbeid verricht voor zijn vennootschap, niet kan volstaan met zichzelf een nulinkomen toe te kennen. De fiscale wetgeving schrijft voor dat een bedrag ter grootte van de ‘tussen derden gebruikelijke beloning’ tot het loon dient te worden gerekend. Voor 2006 bedraagt dit bedrag minimaal € 39.800,-.

Ondernemingen worden vaak gestart in de vorm van een eenmanszaak of B.V. Indien het winstniveau hoog wordt, krijgt de ondernemer het gevoel dat hij of zij teveel belasting betaalt. Dan zal een omzetting naar een B.V. een overweging vormen. Meerdere motieven, naast het winstniveau, spelen echter een rol bij de omzetting. In deze publicatie hebben wij een overzicht gegeven van deze motieven.

In volgende afleveringen zullen wij nader ingaan op enkele specifieke zaken ten aanzien van inbreng van een eenmanszaak in een B.V.

Horlings, Brouwer & Horlings
Drs. E. Huizing
Postbus 53045
1007 RA Amsterdam
Telefoon: 020-5700200
Fax: 020-6764478
Internet: http://www.hbh.nl
E-mail: ehuizing@hbh.nl